Welke verduurzamingsmaatregel zinvol is, hangt af van hoe het gebouw is gebouwd. Een pand van voor 1920 heeft meestal massieve muren zonder spouw; een flat uit de jaren zestig heeft een lege spouw en enkel glas in stalen of houten kozijnen; een complex uit de jaren negentig is al geïsoleerd en heeft vooral winst bij de installaties. Een Duurzaam MJOP koppelt de maatregel aan het moment waarop het bouwdeel toch wordt aangepakt, zodat de steiger en het sloopwerk maar een keer worden betaald.

Voor 1920: massieve muren en hoge plafonds

Gevels zonder spouw, houten vloeren op een kruipruimte, enkel glas in houten kozijnen, vaak een plat of mansardedak met weinig isolatie. Spouwmuurisolatie is hier niet mogelijk. Wat wel kan: dakisolatie bij de dakvervanging, vloer- of bodemisolatie vanuit de kruipruimte, isolerend glas met ventilatieroosters bij de schilderbeurt of kozijnvervanging, en binnen- of buitengevelisolatie als de gevel toch wordt hersteld. Let op vocht: een massieve muur die aan de binnenzijde wordt geïsoleerd, moet goed worden doorgerekend op condensatie. Bij een beschermd stadsgezicht of monument gelden beperkingen voor de buitenzijde; dan weegt isolatie van dak en vloer zwaarder.

1920 tot 1945: de eerste spouwmuren

Portiekwoningen uit deze periode hebben vaak een smalle spouw die niet altijd geschikt is om te vullen; een endoscopisch onderzoek geeft uitsluitsel. Houten kozijnen met enkel glas en stalen ramen in trappenhuizen zijn de grote verliesposten. De logische volgorde: dak isoleren bij vervanging van de bedekking, glas vervangen bij de schilderbeurt, spouw vullen als die geschikt is, en de collectieve of individuele verwarming pas aanpakken als de schil beter is. Een warmtepomp in een slecht geïsoleerd gebouw levert weinig op en vraagt grote radiatoren.

1945 tot 1970: galerij- en portiekflats

Een lege spouw van 5 tot 7 centimeter, betonnen galerijen en balkons die koudebruggen vormen, enkel of dubbel glas van de eerste generatie, vaak blokverwarming op een collectieve ketel. Hier is de winst het grootst: spouwmuurisolatie is relatief goedkoop en snel, dakisolatie bij de dakvervanging is vanzelfsprekend, en het vervangen van de collectieve ketel is het moment om een hybride of volledige warmtepomp af te wegen. Het platte dak van een galerijflat is daarnaast geschikt voor zonnepanelen voor de gemeenschappelijke installaties en de lift. Betonschade aan galerijen en balkons hoort eerst te worden onderzocht; verduurzaming op een constructie met gebreken is geld weggooien.

1970 tot 1992: de eerste isolatie-eisen

Vanaf 1975 kwamen er isolatie-eisen; complexen uit deze tijd hebben dunne isolatie in spouw en dak en dubbel glas. Vaak zit er asbest in gevelpanelen, kit en leidingisolatie; dat bepaalt de volgorde en de kosten. Kansen: de spouw bijvullen als het bestaande materiaal is gezakt, het dak naisoleren bij vervanging, HR++ of triple glas bij kozijnvervanging, en ventilatie met warmteterugwinning als de kozijnen toch open gaan. Collectieve cv-installaties uit de jaren tachtig en negentig komen nu aan vervanging toe; dat is het natuurlijke moment voor een warmtepomp of een aansluiting op een warmtenet als dat in de buurt komt.

Na 1992: goed geïsoleerd, winst bij installaties

Gebouwen van na het Bouwbesluit 1992 hebben een redelijk geïsoleerde schil en HR-glas. De grote stappen zitten in de installaties: een warmtepomp bij ketelvervanging, zonnepanelen, vraaggestuurde ventilatie, ledverlichting in de algemene ruimten en laadinfrastructuur in de parkeergarage. Isolatie bijplaatsen kan bij de eerste grote dak- of gevelbeurt, maar levert per euro minder op dan in oudere gebouwen.

BouwperiodeMeestal aanwezigEerste maatregelenLogisch moment
Voor 1920Massieve muur, enkel glas, houten vloerDak, vloer, glas met roosters, gevel van binnen of buitenDakvervanging, schilderbeurt, gevelherstel
1920 tot 1945Smalle spouw, enkel glas, stalen ramenDak, glas, spouw als geschiktDakvervanging, schilderbeurt
1945 tot 1970Lege spouw, blokverwarming, betonnen galerijenSpouw, dak, warmtepomp bij ketelvervanging, zonnepanelenKetelvervanging, dakvervanging, betonherstel
1970 tot 1992Dunne isolatie, dubbel glas, asbest mogelijkSpouw bijvullen, dak, glas, ventilatie met warmteterugwinningKozijnvervanging, dakvervanging, na asbestinventarisatie
Na 1992Geïsoleerde schil, HR-glasWarmtepomp, zonnepanelen, ventilatie, laadpuntenKetelvervanging, eerste grote dakbeurt

Volgorde die bijna altijd klopt: eerst de schil (dak, spouw, glas), dan de ventilatie, dan de warmteopwekking. Wie de volgorde omdraait en eerst een warmtepomp plaatst, betaalt voor een te groot toestel en hogere stookkosten. Het Duurzaam MJOP legt die volgorde vast in jaren, gekoppeld aan het onderhoud dat toch al gepland staat.

Wat de SVVE hiervan vergoedt

De maatregelen uit de tabel staan grotendeels op de maatregelenlijst van de SVVE: isolatie van dak, gevel, spouw, vloer en glas, warmtepompen, zonneboilers, ventilatie met warmteterugwinning en aansluiting op een warmtenet. Voor maatregelen vraagt de VvE de subsidie vooraf aan; voor het plan zelf, het Duurzaam MJOP, achteraf. Hoeveel subsidie een maatregel oplevert, hangt af van het soort maatregel, de hoeveelheid en het jaar van aanvragen; het rapport neemt een indicatie op en verwijst naar de actuele bedragen bij RVO. Besparingen op energie zijn afhankelijk van het gebruik en de energieprijzen en worden niet gegarandeerd.

Bronnen: RVO, SVVE: verduurzamingsonderzoek en advies en de Subsidieregeling verduurzaming voor verenigingen van eigenaars, geconsolideerd per 1 april 2026 (artikel 5, 6 en 15). Stand oktober 2026; RVO past de regeling jaarlijks aan.

Veelgestelde vragen

Welke maatregel levert het meeste op?

In gebouwen van voor 1970 bijna altijd isolatie van de schil: spouw, dak en glas. In gebouwen van na 1992 zit de winst vooral in de installaties. Het Duurzaam MJOP rekent per maatregel de investering en de indicatieve besparing uit.

Kan elke spouw worden gevuld?

Nee. Een spouw smaller dan ongeveer 4 centimeter, een vervuilde spouw of een spouw met vocht- of voegwerkproblemen is niet geschikt zonder voorbereidend werk. Een endoscopisch onderzoek geeft uitsluitsel; het Duurzaam MJOP geeft per maatregel het oordeel geschikt, geschikt na aanpassing of niet geschikt.

Is een warmtepomp zinvol in een oud gebouw?

Pas als de schil op orde is. In een slecht geïsoleerd gebouw vraagt een warmtepomp een groot toestel en hoge aanvoertemperaturen, en blijft de besparing klein. Daarom staat de schil in het plan voor de warmteopwekking.

Wat als er asbest in het gebouw zit?

Dan gaat een asbestinventarisatie vooraf aan werk aan de bouwdelen waar het in kan zitten. Het Duurzaam MJOP plant die inventarisatie in het jaar voor de maatregel en neemt een stelpost op voor de sanering.

Lees verder

Welke maatregelen passen bij uw gebouw, en wanneer? Het Duurzaam MJOP legt het vast voor 30 jaar; vanaf 1.695 euro excl. btw, subsidiabel onder de SVVE.Vraag een offerte aan →