Een dakpan waait van het dak en raakt een geparkeerde auto. Een stuk beton laat los van een galerijrand. Een bezoeker struikelt over een verzakte stoep bij de entree. Bij schade door de staat van een gebouw komt al snel de vraag: wie is aansprakelijk, de VvE of het bestuur persoonlijk? En belangrijker: hoe voorkomt u als bestuurder dat u in die discussie zwak staat? In dit artikel leest u hoe de aansprakelijkheid juridisch in elkaar zit en, minstens zo belangrijk, hoe u met een actueel MJOP en periodieke inspecties aantoont dat uw VvE haar zorgplicht serieus neemt.

De VvE is verantwoordelijk voor de gemeenschappelijke delen

Bij een appartementencomplex zijn dak, gevels, balkons, galerijen, fundering en gemeenschappelijke installaties gezamenlijk eigendom van alle appartementseigenaren. De VvE beheert en onderhoudt deze delen namens de gezamenlijke eigenaren. Daarmee rust op de VvE ook een zorgplicht: het gebouw moet veilig zijn voor bewoners, bezoekers en voorbijgangers.

Die zorgplicht is geen vrijblijvende intentie. Wordt onderhoud structureel uitgesteld en ontstaat daardoor schade, dan kan de VvE aansprakelijk worden gesteld voor zowel materiële schade als letselschade. Juist bij kleine VvE's van 5 tot 30 appartementen, waar het bestuur uit vrijwilligers bestaat en een professionele beheerder vaak ontbreekt, blijft onderhoud in de praktijk het langst liggen. Niet uit onwil, maar omdat niemand het overzicht heeft over de technische staat van het gebouw. Precies daar begint het risico.

Opstalaansprakelijkheid: aansprakelijk, ook zonder schuld

De juridische kern zit in artikel 6:174 BW, de zogeheten opstalaansprakelijkheid. De bezitter van een gebouw is aansprakelijk voor schade die ontstaat doordat het gebouw niet voldoet aan de eisen die men er in de gegeven omstandigheden aan mag stellen. Bij een appartementencomplex is dat voor de gemeenschappelijke delen de gezamenlijkheid van eigenaren, in de praktijk dus de VvE.

Het bijzondere aan deze bepaling: het is een risicoaansprakelijkheid. Er hoeft geen schuld of nalatigheid te worden aangetoond. Ook als het bestuur van niets wist en te goeder trouw handelde, kan de VvE aansprakelijk zijn wanneer een gebrekkige opstal schade veroorzaakt. Het klassieke voorbeeld is de voorbijganger die gewond raakt door een vallende dakpan van een slecht onderhouden dak: de eigenaar draait op voor medische kosten en gederfde inkomsten, ongeacht of iemand het gebrek kende. "Wij wisten het niet" is dus geen verweer. Wat wél telt, is of het gebouw voldeed aan de veiligheidseisen die men ervan mocht verwachten.

Kern: bij opstalaansprakelijkheid gaat het niet om de vraag of het bestuur iets te verwijten valt, maar om de vraag of het gebouw gebrekkig was. Het enige structurele antwoord daarop is weten in welke staat uw gebouw verkeert, en dat kan alleen met periodieke inspectie.

Wanneer is een gebouw "gebrekkig"?

Een gebouw is gebrekkig in de zin van de wet als het niet voldoet aan de eisen die men er in de gegeven omstandigheden aan mag stellen. Dat is een open norm die per situatie wordt ingevuld, maar in de praktijk van appartementencomplexen gaat het vaak om herkenbare risico's: loszittende dakpannen of gevelelementen, corroderende balkonhekken en leuningen, betonrot in galerij- en balkonvloeren, ernstige scheurvorming in gevels, verzakte bestrating bij entrees en verouderde installaties die brand- of koolmonoxidegevaar opleveren.

In termen van de NEN 2767 conditiemeting praat u dan over bouwdelen met conditiescore 5 of 6, en bij veiligheidsrelevante onderdelen soms al score 4. Het gevaarlijke aan deze gebreken is dat ze zich geleidelijk ontwikkelen. Een balkonhek roest jaren onzichtbaar door voordat het bezwijkt. Betonrot in een galerijvloer is voor een leek pas zichtbaar als de schade al vergevorderd is. Zonder periodieke professionele inspectie weet een bestuur simpelweg niet of het gebouw ergens de veiligheidsnorm onderschrijdt, terwijl de aansprakelijkheid intussen gewoon doorloopt.

Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders: hoe reëel is dat?

Hier past nuance, want op dit punt wordt veel bangmakerij verkocht. In beginsel is de VvE als rechtspersoon aansprakelijk, niet de individuele bestuurder. Persoonlijke bestuurdersaansprakelijkheid komt pas in beeld bij onbehoorlijk bestuur waarvan de bestuurder een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Die lat ligt bewust hoog: vrijwilligers die naar beste kunnen een VvE besturen, hoeven niet te vrezen voor elke inschattingsfout.

Maar de lat is niet onhaalbaar hoog. Denk aan situaties waarin een bestuur bekende, gedocumenteerde veiligheidsgebreken jarenlang bewust negeert, waarschuwingen van inspecteurs of de gemeente naast zich neerlegt, of structureel weigert te reserveren voor onderhoud terwijl de wettelijke reservefondsplicht daar wel toe verplicht. In zulke gevallen kan een rechter oordelen dat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen, met persoonlijke aansprakelijkheid als gevolg. Let ook op de verzekeringskant: een aansprakelijkheidsverzekering van de VvE kan dekking weigeren wanneer schade het gevolg is van bewust nagelaten onderhoud. Dan komt de rekening alsnog bij de gezamenlijke eigenaren terecht.

Zo toont u aan dat uw VvE de zorgplicht nakomt

Het goede nieuws: het verweer tegen vrijwel elk aansprakelijkheidsscenario is hetzelfde, en het is volledig binnen uw bereik. Een bestuur dat kan aantonen dat het de staat van het gebouw kent, planmatig onderhoudt en urgente gebreken opvolgt, staat bij een claim sterk en voorkomt claims meestal al aan de voorkant. Concreet bestaat dat bewijs uit vier onderdelen:

Deze documentatie werkt twee kanten op. Preventief, omdat gebreken worden gesignaleerd voordat ze schade veroorzaken. En defensief, omdat u bij een claim direct kunt laten zien dat het gebouw planmatig werd onderhouden en dat de VvE deed wat redelijkerwijs van haar verwacht mocht worden. Hoe een onafhankelijk inspectierapport als bewijs functioneert in een geschil, leest u ook in ons artikel over bouwkundig onderzoek bij een huurgeschil: het principe is identiek. Documenten winnen, meningen verliezen.

Wat betekent dit praktisch voor een klein VvE-bestuur?

Voor een kleine VvE hoeft dit geen zware last te zijn. Een realistisch ritme: laat eens per drie tot vijf jaar een volledige NEN 2767 conditiemeting uitvoeren en het MJOP actualiseren, en laat tussentijds gericht inspecteren bij signalen zoals scheuren, roestsporen, loszittende delen of lekkages. Controleer daarnaast jaarlijks of de reservering in het reservefonds nog aansluit op het MJOP, en leg elk onderhoudsbesluit vast in de notulen, ook het besluit om iets uit te stellen en waarom.

De kosten van dit regime staan in geen verhouding tot het risico dat het afdekt. Een conditiemeting met MJOP kost voor een kleine VvE doorgaans enkele honderden tot een paar duizend euro, afhankelijk van de omvang van het complex; de prijscalculator geeft een eerste indicatie. Eén letselschadeclaim door een bezweken balkonhek of vallend gevelelement kost een veelvoud daarvan, nog los van de persoonlijke stress voor het bestuur en de mogelijke discussie met de verzekeraar. Wie de vergelijking eerlijk maakt, ziet dat periodieke inspectie geen kostenpost is maar een verzekering die zichzelf terugverdient.

Conclusie: aansprakelijkheid beheerst u met bewijs, niet met hoop

De VvE is als bezitter van het gebouw risicoaansprakelijk voor schade door gebreken aan de gemeenschappelijke delen, ook zonder dat het bestuur iets te verwijten valt. Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders is de uitzondering en vereist een ernstig verwijt, zoals het bewust negeren van bekende veiligheidsgebreken of het structureel nalaten van reserveringen. Het antwoord op beide risico's is hetzelfde: ken de staat van uw gebouw via periodieke onafhankelijke inspectie, onderhoud planmatig via een actueel MJOP, en documenteer besluiten en uitvoering. Een bestuur met die papieren op orde heeft weinig te vrezen. Een bestuur zonder die papieren hoopt er vooral het beste van, en hoop is geen verweer.

Weten waar uw gebouw staat?

AC Vastgoed Advies voert onafhankelijke NEN 2767 conditiemetingen uit en stelt MJOP's op voor VvE's in Den Haag en de hele Randstad. Objectief rapport binnen 5 werkdagen.

Gratis offerte aanvragen → 📞 085 902 7577